Blog: Crisisopvang - ‘Er staat een vrouw aan de balie die gevlucht is voor haar man omdat ze voor de zoveelste keer door hem is mishandeld’, vertelt mijn collega die de...

‘Er staat een vrouw aan de balie die gevlucht is voor haar man omdat ze voor de zoveelste keer door hem is mishandeld’, vertelt mijn collega die de kamer binnen komt lopen. Vandaag handel ik alle meldingen over huiselijk geweld af en ik loop direct door naar de balie. Daar zie ik de vrouw staan. De wanhoop is van haar gezicht af te lezen. Ze spreekt erg slecht Nederlands en ik merk dat het haar frustreert dat ze haar gevoelens niet goed kan uiten. Ik bel daarom met de tolkentelefoon en regel een tolk zodat ze in haar eigen taal haar verhaal kan doen.

Dat verhaal is zo heftig dat ik besluit contact op te nemen met de vrouwenopvang. De crisislocatie heeft nog een plek beschikbaar en de vrouw en haar kinderen kunnen op korte termijn terecht.

Met de vrouw spreek ik af dat ik haar en de kinderen de volgende dag ophaal om ze naar een veilige locatie te brengen. Ik zeg er duidelijk bij dat het de bedoeling is dat ze alleen het hoognodige meeneemt omdat speelgoed en spullen aanwezig zijn op de crisislocatie.

Maar als ik de volgende dag bij de woning van de vrouw aankom, zie ik dat ze de afspraak toch niet helemaal begrepen heeft. Zo’n beetje de hele inboedel staat in tassen en zakken op de stoep. Als ik uitleg dat ze echt maar één tasje per kind en één tas voor haarzelf mag meenemen en dat ze de rest moet achterlaten in de woning, raakt ze in paniek en begint druk te gebaren en te schreeuwen in een vreemde taal.

Ondertussen komen er steeds meer buurtbewoners op het tafereel af. Er is blijkbaar sprake van grote sociale controle in de buurt en er wonen veel vrienden en kennissen in de straat. Sommigen proberen de vrouw ervan te overtuigen dat het niet goed is dat ze weg gaat met haar kinderen. Omdat ik bang ben dat de situatie escaleert als de bemoeienissen aanhouden, vraag ik via de meldkamer om versterking.

Net als we, veel later dan gepland, op het punt staan te vertrekken, zie ik weer paniek op haar gezicht. Een tas met daarin de legitimatiebewijzen staat nog binnen en de sleutel van de woning ligt nog in huis. Ik zeg haar dat dat van latere zorg is en dat we nu echt vertrekken, maar de vrouw staat erop om de tas mee te nemen en weigert de auto in te stappen.

Ze loopt samen met haar oudste zoon van een jaar of elf naar de achterkant van de woning. Het volgende moment hoor ik glasgerinkel gevolgd door een boel geschreeuw en gegil. Wanneer ik die kant op wil lopen komt de vrouw mij al tegemoet rennen. Achter haar strompelt haar zoon en ik zie dat hij een enorme vleeswond op zijn scheen heeft. Hij kijkt mij met een wanhopig en angstig koppie aan. Van een buurvrouw begrijp ik dat de vrouw haar zoon de ruit heeft laten intrappen.

Ik begin ondertussen steeds ongeduldiger te worden. Alles zit tegen en niets gaat zoals de bedoeling was. We komen nooit meer op het afgesproken tijdstip bij de opvanglocatie. Ik gooi de laatste tassen in de auto en zeg de vrouw en haar zoon plaats te nemen omdat we eerst langs het ziekenhuis moeten. Zoonlief heeft een theedoek om zijn been gewikkeld die elke minuut roder kleurt van het bloed.

Op de eerste hulp leg ik het verhaal uit en vraag of ik met het gezin op een aparte plek mag zitten zodat de kinderen weer een beetje bij kunnen komen. Het ziekenhuis is gelukkig erg begripvol en regelt een familiekamer voor ons. De oudste zoon wordt na een tijdje opgehaald voor het hechten van de wond.

Wanneer de arts weer terugkomt in de kamer vraagt ze mij even mee te lopen naar de gang. Ze vertelt dat de jongen haar tijdens het hechten van de wond van alles heeft verteld over de situatie bij hen thuis. De arts geeft aan zich ernstige zorgen te maken om de kinderen en vraagt of ze ook de andere twee kinderen mag bekijken. Na overleg met moeder besluit ik dat dit goed is. Inmiddels zijn we toch al veel te laat en in het belang van het onderzoek lijkt me de extra controle alleen maar een meerwaarde.

Uiteindelijk kom ik die avond rond 22:00 uur met twee slapende kinderen, een uitgeputte moeder en een vermoeide oudste zoon aan bij de opvanglocatie. Acht uur later dan gepland maar uiteindelijk wel met een goed gevoel. Ook de andere twee kinderen zijn goed bekeken door de arts en de moeder heeft mij toestemming gegeven voor het opvragen van de medische verklaringen. Deze komen zeker van pas in een latere rechtszaak. Na een knuffel van het jongste meisje en bedankjes van moeder en haar zoons rijd ik uiteindelijk toch met een voldaan gevoel naar huis.

Wed, 25 Nov 2020 15:30:00 GMT

Blog: Onveilig - Er komt bij ons een melding binnen over een woning waar drugs zou worden verhandeld, de drugs zou zelfs voor het grijpen liggen. We controleren het...

Er komt bij ons een melding binnen over een woning waar drugs zou worden verhandeld, de drugs zou zelfs voor het grijpen liggen. We controleren het adres in onze politiesystemen en komen erachter dat er een vrouw met twee heel jonge kinderen woont. Het adres is ook bekend bij de hulpverlening, want de vrouw blijkt al enige tijd verslaafd. 

“We moeten iets doen aan deze situatie”, denk ik meteen, want stel dat het klopt van die drugs en dat een van de kinderen daarbij kan komen. Daar moet je niet aan denken, reden voor ons om contact op te nemen met Veilig Thuis. 

Ondertussen belt één van mijn collega ’s de Officier van Justitie en legt de zaak voor. Vanwege het vermoeden van drugs in een woning waar ook jonge kinderen wonen, willen we graag snel ingrijpen. Dat begrijpt ook de rechter-commissaris en we krijgen diezelfde middag nog toestemming voor een doorzoeking van de woning.

Die middag spreken we af met de medewerker van Veilig Thuis en de medewerker van de hulpverleningsinstantie op het politiebureau. We leggen kort uit wat de bedoeling is: de politie zal veilig en gecontroleerd de woning binnen gaan en de medewerkers van de hulpverleningsinstantie zullen direct de kinderen opvangen. Zo zorgen we ervoor dat de kinderen niet met een huiszoeking worden geconfronteerd.

Als we even later bij de woning aan komen blijkt er niemand thuis te zijn. Ik bel met de moeder van de kinderen, om te vragen of ze zo snel mogelijk naar huis kan komen omdat we haar willen spreken. 
Inmiddels ben ik met zes andere collega ’s ter plaatse. We stellen ons op rondom de tussenwoning, op strategische posities, en wachten tot de vrouw arriveert. 

Dan zie ik de moeder aankomen met haar twee jonge kinderen. De vrouw maakt een apathische indruk op me. Haar kinderen kijken bedrukt, maar ze zien er verzorgd en netjes uit. Ze worden direct opgevangen door de hulpverleners, die voor de kinderen geen onbekenden blijken te zijn. Ik ben blij om te zien dat de hulpverleners de kinderen goed opvangen en afleiden. Hierdoor kunnen wij ons volledig concentreren op het onderzoek in de woning met het vertrouwen dat er goed voor de kinderen wordt gezorgd.

Als ik binnenkom zie ik overal rommel en viezigheid: vuile luiers op de grond, aanrecht vol met vaat, overal spullen en afval op de vloer. Het is er een grote bende. Samen met mijn collega ‘s doorzoeken we de hele woning. Kasten worden opengetrokken er wordt gezocht naar verborgen ruimtes, kleding wordt onderzocht, we bladeren door de boeken en kijken tussen de handdoeken in de badkamer. We vinden niet alleen een aanzienlijke hoeveelheid GHB en GBL, maar ook xtc-pillen, LSD en amfetamine. We zijn geschokt dat deze drugs overal in het huis te vinden zijn. De spullen liggen nagenoeg voor het grijpen. De vrouw wordt dan ook aangehouden en meegenomen voor verhoor. 

Ik ga verder met het doorzoeken van de keuken en open de koelkast. In de deur zie ik een flesje frisdrank staan. Als ik de dop van het flesje draai ruik ik een sterke geur van GHB. Het maakt me enorm kwaad. Ik moet er niet aan denken dat een van de kinderen dit flesje zou hebben gepakt en leeggedronken. Dat een moeder zo argeloos met alles omgaat snap ik niet. Ze zou toch enig besef moeten hebben hoe gevaarlijk dat is voor haar kinderen.

Voordat de kinderen worden overgebracht naar een ander adres, mogen ze nog even naar binnen om wat spulletjes te pakken. Op het eerste gezicht zie ik niets aan ze, maar ik heb met ze te doen. De situatie waarin ze moeten opgroeien is gevaarlijk en vies. Tussen alle troep mogen ze nu hun knuffels pakken en nog wat speelgoed en kleding meenemen. Dat raakt me. Hun moeder is mee naar het politiebureau, terwijl zij tussen de troep op zoek gaan naar een knuffel of een schone onderbroek. Voor hen is het waarschijnlijk heel normaal maar dat is het natuurlijk niet. 

Enkele weken later hoor ik hoe het met de kinderen gaat. Ze wonen nog steeds op een ander adres en maken het goed. Ze hebben weer wat meer kleur in het gezicht en spelen er vrolijk op los. Voor hen hebben we hopelijk het verschil kunnen maken. 

Wed, 18 Nov 2020 15:30:00 GMT

Blog: Spookrijder - Het is een rustige nachtdienst in de Utrechtse Heuvelrug, maar plots krijgen mijn maatje en ik een melding; ‘Spookrijder op de A12, rijdt met hoge...

Het is een rustige nachtdienst in de Utrechtse Heuvelrug, maar plots krijgen mijn maatje en ik een melding; ‘Spookrijder op de A12, rijdt met hoge snelheid vanuit Arnhem naar Utrecht.’ Met spoed gaan we die kant op. Een minuut later horen we: ‘Voertuig gecrasht, frontale botsing met ander voertuig, aantal slachtoffers onbekend.’ 
 
We racen er naartoe. Het is een compleet slagveld. Van de twee voertuigen is bijna niets meer over. Wij stappen uit bij het voertuig dat geraakt is. Een collega is al bezig om de bestuurder uit het voertuig te halen. Hij leeft nog. Ik begin hem direct te helpen. Dan verplaatst onze aandacht naar de achterbank. Er zit nog iemand in de auto, maar omdat het donker is kunnen we niet veel zien. Samen met mijn collega’s halen we de tweede persoon eruit. Het is een jonge man. Overleden. 
 
Mijn maatje is ondertussen op zoek gegaan naar getuigen. Plots zie ik haar staan, langs de A12, achter de vangrail. Ze staat te praten met drie Eritrese jongens. Ze hebben een lege blik in hun ogen. Ze blijken te zijn ontsnapt aan de dood. De twee vrienden die achter hen reden hadden minder geluk. Zij zijn de slachtoffers uit het voertuig waar ik bij sta. Die blik in hun ogen heb ik eerder gezien. In Somalië. Die uitzichtloze, lege blik. 
 
Ik krijg een flashback naar mijn uitzending in Somalië, een anti-piraterij missie. Als jonge officier bij de mariniers was ik gedreven om een verschil te maken in de wereld. Wellicht wat idealistisch. De armoede, de chaos en de uitzichtloze situatie van het land maakt een intense indruk om mij. Het leed zie ik terug bij de inwoners. Geen kans op een normaal leven. Hun blik is leeg. Net als bij die drie jongens langs de weg. Na vierenhalve maand keerde ik terug naar huis. De situatie in het land is onveranderd. Heb ik voor die Somalische mensen echt iets kunnen betekenen?
 
Ik keer terug naar het slagveld. Niet in Somalië, maar gewoon in Nederland. Op de A12. Notabene om de hoek bij de marinierskazerne. De bestuurder is ondertussen uit het voertuig en is met de helikopter naar het ziekenhuis gebracht. Mijn maatje en ik krijgen de opdracht de jongens ook met spoed over te brengen. Door de shock en de taalbarrière is het lastig communiceren. Desondanks weet mijn maatje de identiteit van hun overleden vriend te achterhalen. In het ziekenhuis scheiden onze wegen. Het ziekenhuispersoneel neemt het over. Wij moeten verder met het opsporingsonderzoek. In gebrekkig Engels bedanken de jongens ons voor onze hulp. De lege blik in hun ogen is er nog steeds. 
 
Om half elf ‘s ochtends kom ik thuis. Een collega heeft mij thuis gebracht. Mijn waardering voor zijn betrokkenheid is groot. Lichamelijk vermoeid maar nog steeds vol adrenaline plof ik op de bank. Mijn vriendin zit aan tafel te werken. Ze heeft nog geen idee wat ik heb meegemaakt. Ik kijk naar mijn kast, waar mijn medailles van de uitzending liggen. Mijn gedachten dwalen af naar mijn uitzending en het drama vannacht. Heb ik dan toch nog iets kunnen betekenen?

Wed, 11 Nov 2020 15:30:00 GMT

Blog: Levensgevaarlijk biertje - Na een drukke avonddienst rijden we terug naar het bureau als er opnieuw een bericht van de meldkamer binnenkomt: een man is van de vijfde etage van...

Na een drukke avonddienst rijden we terug naar het bureau als er opnieuw een bericht van de meldkamer binnenkomt: een man is van de vijfde etage van een flat naar beneden gevallen. Toeters en bellen aan en gaan. De traumahelikopter en de ambulance zijn ook onderweg.

Als we bij de flat aankomen, zien we iemand liggen in een plas bloed. Ik stap uit en loop er naartoe. Ik zie geen enkel teken van leven meer. Voorzichtig voel ik in de nek van het slachtoffer. Geen hartslag. Ik loop terug naar mijn collega als ik opeens gegorgel hoor. Ik kijk om en loop terug. ‘Hij leeft nog’, roep ik naar mijn collega.

Gelukkig is de ambulance snel ter plaatse en we horen ook de traumahelikopter overkomen, op zoek naar een landingsplaats. Ik deel onze bevindingen mee aan de ambulanceverpleegkundige en we verlenen eerste hulp.

Al snel is het mobiel medisch team ter plaatse en gaat aan het werk. Ze proberen het slachtoffer te stabiliseren. Dan is het tijd om het slachtoffer gereed te maken voor vervoer naar het ziekenhuis. Mijn collega pakt de schepbrancard uit de ambulance en voorzichtig zorgen we dat het slachtoffer op de brancard komt te liggen. Hij wordt met een spoedtransport naar het ziekenhuis vervoerd.

Wat is er gebeurd, vragen we ons af. Zelfmoord? Een ongeluk? Misdrijf? Collega’s van ons bureau zijn het al aan het uitzoeken. Het slachtoffer woont op de vijfde verdieping in dezelfde flat. In zijn woning is niets bijzonders gevonden. Geen afscheidsbrief, niets wat lijkt op een misdrijf. Er is niet gevochten in de woning. De radio staat aan. Een tuinstoel staat op het balkon en de deur naar het balkon staat open. Wat is er toch gebeurd? Een raadsel. Ook de rechercheurs snappen er niets van.

De volgende dag blijkt dat de man de val heeft overleefd en zelfs bij kennis is. De rechercheur gaat naar het ziekenhuis om een verhoor af te nemen. Wat blijkt? Het slachtoffer had van zijn benedenbuurman op de derde etage een biertje geleend. De benedenbuurman was niet thuis toen hij een biertje terug wilde brengen. Waarop het slachtoffer bedacht dat het een goed plan was om via het balkon twee etages naar beneden te klimmen en het biertje terug te zetten op het balkon van de benedenbuurman. Op de terugweg omhoog ging het mis en viel hij vijf verdiepingen naar beneden.

 

 

Wed, 04 Nov 2020 15:00:00 GMT

Blog: Bijzondere bakkies - Politiewerk is onvoorspelbaar. Van tevoren weet ik nooit hoe mijn werkdag op het politiebureau zal verlopen. Moet ik gelijk aan de slag met het...

Politiewerk is onvoorspelbaar. Van tevoren weet ik nooit hoe mijn werkdag op het politiebureau zal verlopen. Moet ik gelijk aan de slag met het opnemen van aangiftes en verklaringen? Of ben ik vandaag een luisterend oor of een troostende schouder voor iemand? In dat geval schenk ik vaak vele kopjes koffie.

Als er namelijk één ingrediënt onmisbaar is in mijn politiewerk, dan is het koffie.  Het aantal kopjes koffie dat ik, om wat voor reden dan ook, mensen heb aangeboden, is ontelbaar. Zoals aan de man die grauw en uitgeput binnenkomt met een plastic tas in zijn hand. In die ene tas zitten al zijn bezittingen. In gebrekkig Engels vraagt de man om hulp omdat hij gevlucht is uit zijn land. Met hem deel ik mijn boterham en samen drinken we koffie totdat de Vreemdelingenpolitie arriveert.

Ik deel de boterhammen uit mijn lunchpakket ook met de kleine jongen die met grote ogen naast zijn moeder zit, nadat ze uit huis zijn gevlucht omdat vader dronken en agressief was. Terwijl zijn moeder een kopje koffie drinkt om bij te komen, zijn mijn collega’s ondertussen al onderweg naar zijn vader.

Ik herinner me ook de koffie die ik dronk met de verwarde vrouw die haar overleden man zocht. Op de achtergrond luisterde mijn collega mee en werd er uitgezocht wie de vrouw was, zodat we een familielid of verzorger op de hoogte konden stellen.

Ook kwam er eens een deftige dame binnen die zojuist bij het uitlaten van haar hondje tegen een masturberende man was opgelopen. De dame was enorm gechoqueerd. Ik wilde gelijk een melding aanmaken zodat er uitgekeken kon worden naar een man die voldeed aan het signalement en vroeg haar om hem te beschrijven. Het enige wat ze zich herinnerde was dat de man er ‘van onder’ net zo uitzag als haar echtgenoot. Gierend van het lachen hebben we samen een kopje koffie gedronken terwijl ik de mutatie opmaakte.

Laatst wilde ik na een zware werkdag even rustig een bakje koffie drinken voordat ik naar huis zou gaan. Ik sta bij de koffieautomaat in de hal te wachten tot mijn koffie klaar is, als er een woedende man binnenstormt. Ondanks dat mijn dienst is afgelopen, blijf ik toch staan om naar hem te luisteren.

De man is zojuist thuisgekomen in een compleet leeg huis. Alles is meegenomen door zijn vrouw, die met de noorderzon is vertrokken. Of ik niet even kan regelen dat zijn spullen weer terugkomen. Ik wil de man advies geven hoe hij het beste kan handelen, maar daar heeft hij geen oren naar. Hij is nog te kwaad. ‘Je hebt ook helemaal niks aan de politie’, roept hij luid. ‘Meneer, zullen we even rustig gaan zitten om het verder te bespreken?’, zeg ik. ‘Hoe drinkt u uw koffie?’

Wed, 28 Oct 2020 15:30:00 GMT